Ziektes

Het is niet de bedoeling om lang uit te weiden over ziekten. Ons oordeel is, wanneer je vogels in propere kooien houdt, niet overbevolkt én een aangepaste en gevarieerde voeding geeft, deze niet gemakkelijk ziek worden. Dit sluit ziekten echter nooit helemaal uit. Ziekten zijn zowat het ergste wat een vogelliefhebber in zijn of haar hobby kan overkomen. Dikwijls ligt de fout bij de liefhebber, al mogen we dat zeker niet veralgemenen. En laat ons maar gerust toegeven dat sommige vogelsoorten zonder preventieve medicatie vrijwel niet te houden zijn.

Hieronder vind je een overzicht van vogelziekten en hun behandeling. De lijst is gebaseerd op de beschikbare wetenschappelijke publicaties aangevuld met jarenlange ervaring van onze leden.


Gedocumenteerde ziektes:

Aspergillose
Atoxoplasmose
Campylobacter
Coccidiose
Colibacilose ( zweetziekte )
Flagellaten
Kaalheid
Kanariepokken
Legnood
Luchtpijpmijten
Schimmelinfecties
Schurftmijten
Vedermijt
Verenpikken
Verkoudheid
Voorzorgen
Wormen
Zwarte stip

Naam Omschrijving
Aspergillose

Ook aspergillose wordt veroorzaakt door schimmels, vuile hokken en vooral vuile nestkasten. Symptomen zijn ademhalingsmoeilijkheden en ontstoken ogen. De besmette vogels worden heel mager en komen om door verstikking.

Behandeling is zeer moeilijk. Bij de geïnfecteerde vogel kan men kleine wit-geelachtige puntjes tot vlekjes in mond-en keelholte waarnemen. Deze instrijken met een jodiumoplossing  geeft zelden goed resultaat. Hokken grondig kuisen, ontsmetten en de zieke vogels in een andere ruimte onderbrengen is zeker een noodzaak.

Atoxoplasmose

Ziekte is een beetje te vergelijken met coccidiose maar de eitjes komen niet alleen in de bloedbaan terecht maar ook in niet doorbloede delen.

Daardoor is het  uiteraard beter te voorkomen want met Atoxoplasmose besmette vogels zijn moeilijk of helemaal niet te genezen.

Wel kunnen ze een immuniteit opbouwen tegen deze ziekte waardoor ze een constant gevaar vormen om andere vogels te besmetten.

Zorg voor een droge, propere bodem en propere zitstokken. Eet en drinkpotten regelmatig ontsmetten, nestmateriaal niet op de bodem laten rondslingeren en uiteraard niet hergebruiken. Let ook goed op dat je geen zieke vogels aankoopt. Als je de vogel in de hand neemt blaas dan de pluimpjes opzij op het buikje. Het mag absoluut niet rood zijn de darmen mogen er niet in dikke lussen bovenop liggen. Is de levervlek te groot, neem dergelijke vogels dan nooit mee.

Hoed u ook voor overbevolking in je kooien en volières, regelmatig eens kuren met ESB 3- 30% A rato van 1 gram per liter water en dit 5 dagen na elkaar. Waarom is Atoxoplasmose nu zo dodelijk? Atoxoplasmose cellen dringen door de darmwand en brengen grote schade aan milt – lever – longen – hersenen en uiteraard aan de darmen zelf, waardoor besmette vogels reeds in een vroeg stadium dodelijk ziek zijn.

Heb je te maken met een Atoxoplasmose besmetting dan is het noodzaak alles proper te kuisen en vervolgens te ontsmetten met Dettol of iets dergelijks. Kuren kan als volgt: 10 dagen 3 gram ESB 3 – 30% per liter water 10 dagen zuiver drinken 10 dagen ½ gram ESB 3 – 30% per liter water 10 dagen appelazijn 1 soeplepel per liter water Bij een Atoxoplasmose besmetting is het noodzakelijk een gespecialiseerde veearts te raadplegen

Campylobacter

Is een bacterie die nogal voorkomt bij prachtvinken.

Besmetting kan gebeuren bij vervoer van de vogels maar ook via schoeisel,kleding, uitwerpselen en lucht. Oudervogels kunnen hun jongen reeds besmetten van in het ei. Campylobacter komt het vaakst voor in slecht verluchte-, vuile en overbevolkte hokken. De symptomen zijn geelachtige kurkdroge uitwerpselen.

Bij een acute ziekte verstenen de uitwerpselen als het ware in de bevedering rond de cloaca. Als nestjongen slecht opgroeien en geelachtige uitwerpselen produceren is de diagnose meestal campylobacter.

Een goed geneesmiddel is Erythromycine 2 gr per liter water 10 dagen na elkaar. Ook met Baytril behaald men goed resultaat 1,5 ml per liter water en dit 10 dagen na elkaar. Gebruik wel de 10 % oplossing van Baytril.

Met geneesmiddelen als deze is het altijd opletten geblazen. Ze zijn van het gamma breedspectrum antibioticum, ze doden niet alleen de slechte maar ook de goede bacteriën. Hierdoor kan het vogellichaam helemaal in de war raken. Geef deze geneesmiddelen ook nooit preventief. Het enige dat men hiermee bereikt is dat de vogels er “resistent” tegen worden. Bij een eventuele besmetting reageren deze vogels niet meer op het geneesmiddel.

Coccicidiose

Waar vogelliefhebbers samenkomen, valt regelmatig het woord coccidiose. Tegen deze gevreesde ziekte worden heel wat geneesmiddelen preventief verstrekt. Het spreekwoord “Beter voorkomen dan genezen”, is hier goed van toepassing.

Coccidiose is een parasitaire ziekte die zowel bij zangvogels, duiven als hoenders wordt aangetroffen. De besmetting gebeurt bijna steeds via contact met uitwerpselen van een besmette vogel. Na opname, worden de oöcysten in de maag, door de verteringssappen ontdaan van hun omhulsel. Hierna gaan de sporozoiten zich vast­hechten in de darmwand waar ze zich gaan vermeerderen.

Wanneer dit gebeurt, gaan we onmiddellijk de eerste symptomen van de ziekte kunnen vaststellen. De uitwerpselen van de besmette vogel worden waterachtig. Ze zijn soms met bloed vermengd en ruiken bovendien kwalijk. De vogel vermagert en gaat bol zitten. Vogels die we in dergelijke toestand aantreffen moeten onmiddellijk afgezonderd worden. Immers, deze vogels scheiden via hun uitwerpselen op hun beurt oöcysten af.

Komen deze nu in een vochtige, zuurstofrijke en warme bodem terecht, dan zijn alle ingrediënten aanwezig om een echte epidemie op touw te zetten. Het hele volièrebestand wordt zwaar ziek, de zwakste exemplaren sneuvelen het eerst. De sterkste vogels overleven. Deze vormen een voortdurende bron van besmetting.

Besmette vogels kunnen we kuren met een middel op basis van "sulfamizathine". Let wel op, dit middel betekent alleen een tijdelijke oplossing, vooral als er niets aan de oorzaak van het probleem zelf wordt gedaan. Vooral de combinatie van zuurstof, warmte en vocht verhoogt de kans op besmetting.

Het hoofdstuk 'voorzorgen' is hier meer dan ooit op zijn plaats. Pas aangeschafte vogels moeten minstens 14 dagen in een afzonderlijke kooi ge­plaatst worden. Best leggen we op de bodem papier. De aldus opgevangen uitwerpselen kunnen ons veel vertellen over de gezondheid van de vogel. Wat de bodembedekking betreft... zoveel liefhebbers, zoveel meningen, maar houd hem droog.

Zijn de vogels besmet met coccidiose, dan is het aangewezen middel "ESB 3 -30 %". Geef 1 gram per liter water en dit gedurende 5 dagen na elkaar. Geef hierna, eveneens via het drinkwater, 5 dagen " VITAVOL -PLUS " vitaminen 1 gr per liter. Als de vogels nog niet in orde zijn kan men de kuur herhalen. Als de vogels na een tweede kuur nog niet genezen zijn is het raadzaam een gespecialiseerde dierenarts te raadplegen.

Sommigen gaan zover te zeggen dat je niemand mag toelaten in uw volières. Volgens ons gaat dit te ver: mekaar bezoeken is een aangenaam facet van onze liefhebberij. Vogelkwekers die andere liefhebbers buitensluiten in functie van het grote geldgewin horen niet thuis in onze liefhebberij, zij moeten in landbouwmiddens aansluiting zoeken bij professionele kwekers.

Colibacilose ( zweetziekte)

Bij kanaries spreekt men al heel lang over zweetziekte(Colibacillose).

Wie er mee te maken krijgt, zit met een serieus probleem. Al is de naam zweetziekte totaal verkeerd, vogels hebben namelijk geen zweetklieren dus kunnen ze ook niet zweten. Vroeger sprak men algemeen over zweetziekte, wanneer de jongen nat in het nest lagen. Vaak kleefden ook de pop haar pluimen in elkaar op de buik en onderborst.

Nu er al aardig wat onderzoek is gedaan op gebied van vogelziekten spreekt men van Colibacillose. Ze wordt veroorzaakt door de Escherichia coli bacterie. Niet alleen kanaries kunnen Colibacillose krijgen, in principe zijn alle vogels er vatbaar voor, de ene soort al meer dan de andere. Bij zangvogels, zowel exotische als Europese veel meer dan men denkt.

Bij een bacteriële besmetting van colibacillose, zijn het vooral de organen zoals: krop, klier- en spiermaag die aangetast worden. Daardoor kan het voedsel niet maximaal benut worden. Het is dan ook begrijpelijk dat nestjongen, die zo’n hoge nood hebben aan eiwitten, al in een vroeg stadium dodelijk ziek worden. Het eten blijft te lang in de krop, vaak proberen de zieke jongen het eten op te braken. De voeding wordt niet optimaal benut, omdat het voedsel niet of heel slecht verteerd. De jongen krijgen diaree en binnen enkele dagen zijn ze dood.

De meeste vogelliefhebbers spelen bij hun eigen vogels meestal zelf een beetje voor veearts. Zien ze dat de uitwerpselen wat aan de platte kant zijn, of ziet het buikje wat rood, dan wordt er gekuurd tegen coccidiose. Liefhebbers die met massale sterfte af te rekenen hebben, zullen veel vlugger aan de alarmbel trekken en een bacteriologisch onderzoek laten uit voeren.

Bij ernstige problemen met je vogels is de enige goede weg, de weg naar de gespecialiseerde dierenarts. Omdat alle kanarievogels meestal in dezelfde ruimte gehuisvest zijn, met dezelfde voeding en verzorging in het algemeen. Vele kanariekwekers houden heel veel vogels op een beperkte ruimte. Heeft men te maken met een Colibacillose besmetting, dan sterven binnen een paar dagen praktisch alle nestjongen.

Door de bijna professionele aanpak in deze tak van onze liefhebberij, wordt in bijna alle gevallen gespecialiseerde hulp ingeroepen. Het probleem zal over het algemeen vlugger opgelost zijn. Wie met europese vogels kweekt, heeft al veel meer kans om een verkeerde diagnose te stellen.

Door verkeerde middelen te gebruiken kan je jaren na elkaar dode jongen in de nesten hebben, zonder te weten dat Colibacillose de echte spelbreker is. Dat komt omdat europese vogels meestal gekweekt worden in buitenvolières. Bij liefhebbers van europese vogels, zien we ook veel variatie van vogels, die bijgevolg ook niet hetzelfde voedsel en verzorging hebben. Niet zelden komt het voor dat de ene soort het goed doet terwijl de andere er niets van terechtbrengt.

Ook bij de liefhebbers van europese vogels zien we een groeiende specialisatie. Liefhebbers die maar één enkele soort kweken komen soms tot resultaten waarvan men vroeger nog niet eens van durfde te dromen. Het is juist bij deze grote kwekers dat Colibacillose de kop op steekt. Bij hen wordt dan ook sneller opgetreden om algemene besmetting te voorkomen. De ziekte heeft volgende symptomen; de oudervogels raken besmet en kunnen op hun beurt hun jongen reeds van in het ei besmetten. Iedereen die iets van vogels afweet zal wel al gezien hebben, dat kleine nestjongen uitwerpselen hebben die handig verpakt zijn in een vliesje. De ouders voederen hun jongen en wachten tot de jongen hun pakketje afleveren. Ze nemen dit in hun snavel en dragen dit uit het nest of ze slikken ze in. Dit klinkt wel vies, maar de ouders weten dat de uitwerpselen van hun nestjongen, heel veel eiwitten bevatten en in de natuur gaat niets verloren.

Alles staat er in het teken van het voortbestaan van de soort en de vogels doen deze handelingen instinctmatig. Ook kanaries die een domesticatieproces van meer dan 500 jaar achter de rug hebben, doen dit juist op dezelfde mannier als hun soortgenoten in de natuur. Nest jongen die besmet zijn met colibacillose hebben zeer waterachtige tot bloederige uitwerpselen zonder vliesje errond. Daardoor kunnen de ouders de uitwerpselen niet opvangen en wordt bijgevolg het nest kleverig. De jongen worden bevuild en ook de bevedering van de pop gaat kleven. Hierdoor wordt het onmogelijk om de jongen warm te houden. Na 4 à 7 dagen wordt de ziekte fataal voor de jongen.

De oudervogels kunnen ook een resistentie op bouwen, probleem is dan wel dat ze hun jongen besmetten en deze sterven eraan. Colibacillose is een bacteriële besmetting, ze komt het vaakst voor tijdens warme periodes. Oorzaken kunnen zijn; vuil nestmateriaal, overbevolking in de kooien of volières, slechte ventilatie van het hok, vuile en vochtige bodem, vuile zitstokken, onvoldoende hygiëne van eet en drinkpotten, ranzig voedsel, teveel en te vochtig eivoer dat bijgevolg te lang in de kooien blijft staan.

Allemaal oorzaken die een dergelijke besmetting in de hand kunnen werken. Meestal is het een combinatie van verschillende van deze factoren. Het kan ook het gevolg zijn van overmatig gebruik van antibiotica. De naam antibiotica is afgeleid van het Latijn “Anti - bio” wat zoveel wil zeggen als “tegen leven”. Met antibiotica moet men bij de vogels en ook bij onszelf heel zuinig omspringen. Het doodt niet alleen de slechte bacteriën, maar ook de goede die onmisbaar zijn in een gezond lichaam.

Heb je te maken met een colibacillose besmetting dan is het een goede zaak om alles proper kuisen. Ontsmetten met Javel, Halamid, Dettol of iets dergelijks. Ook zorgen voor een goede ventilatie, zitstokken en nesten te vernieuwen en ervoor zorgen dat de bodem proper en kurkdroog is. Wat voeding betreft, is het beste dat te verkrijgen is nog maar net goed genoeg om aan je vogels te geven. Er is keuze uit de volgende vier geneesmiddelen. Genezen kun je met één van de volgende kuren:

ESB 3 - 30%: 2 gram per liter water 6 dagen

Aureomycine: 3 gram per liter water 8 dagen

Baytril 10%: 1 ml per liter water 6 dagen

Theraprim 2 gram per liter water 6 dagen

Na een kuur geeft men best vitaminen zoals bijvoorbeeld “Vitavol - Plus” 1 gr per liter water 5 dagen.

Flagellaten

Trichomoniasis: of “het geel” komt voor bij duiven en niet of toch heel zelden bij zangvogels.

Giandia lamblia: wordt aangetroffen bij fruit en nectar etende vogels, vooral bij lories.

Cochlosmose: ook wel de “Japanse meeuwenziekte” genoemd.

Flagellaten zijn zeer kleine eencellige parasieten die zowel in de krop als in de darmen leven. Ze komen vaak voor bij kanaries en Europese zangvogels, maar vooral bij prachtvinken als er beroep gedaan wordt op Japanse meeuwen als pleegouders. Meestal hebben besmette vogels geelachtige uitwerpselen met onverteerde zaden, de krop is vaak opgezwollen. Het eigenaardige is dat de Japanse meeuwen schijnbaar geen last hebben van flagellaten. De jonge prachtvinken of kruisingen van deze vogels die ze opvoeden, sterven echter een gewisse dood tussen de zesde en 25 ste dag.

Kuren kan men met Tricho Plus 1 gr per liter drinkwater en dit 5 dagen na elkaar. Vervolgens geeft men best vitaminen Vitavol Plus, eveneens 1 gr per liter drinkwater en eveneens 5 dagen. omhoog1

Kaalheid

Komt vooral voor bij gouldamadinen, maar ook kanaries en andere vogels kunnen er last van hebben.

De kale plekken bevinden zich meestal in de nek, rug, kop, keel en borst. Soms komt kaalheid voor op kleine oppervlakten. In extreme gevallen houdt de vogel geen enkel pluimpje meer over op de kop, nek, rug, keel of borst. Het eigenaardige is als vogels warm gehuisvest zijn, ze schijnbaar geen last van hebben van dit ongemak. Het geeft wel een triestig aanzicht.

Dergelijke vogels raak je uiteraard niet kwijt. Vogels met kale plekken inzetten voor kweek in een goed verwarmt hok geeft geen problemen. Dergelijke vogel in een onverwarmd hok overplaatsen, loopt voor de vogel in kwestie meestal fataal af. Zijn isolatiepakje functioneert niet! Bij vogels die het hele jaar door in buiten volières verblijven, onverwarmd en zonder bijverlichting, komen kale plekken zelden of helemaal niet voor.

Over de oorzaak is al veel gepraat en geschreven. De echte oorzaak van deze kaalheid is nog niet voor 100% opgelost. Het is in elk geval een storing in de rui. Als je kanaries en Europese vogels op het einde van de zomer naar een binnenvolière met bijverlichting overbrengt, kan het gebeuren dat hierdoor de hypofyse in de war raakt. De hypofyse is een klein orgaan dat zich bevind aan de tussenhersenen van de vogel. De hypofyse regelt de werking van de geslachtshormonen maar bepaald ook ruiperiode.

Bij het verplaatsen van vogels zullen deze nog een aantal veren verliezen. Als er dan geen stimulans is om nieuwe veren aan te maken kan kaalheid ontstaan.

Bij gouldamadinen en andere prachtvinken kan het voorvallen dat er kaalheid optreedt, zonder dat er sprake is van de vogels te verplaatsen en zonder dat het aantal lichturen veranderd is. De reden zou wel iets te maken kunnen hebben met de warmte en de luchtvochtigheid. Het is echter zeer moeilijk om deze “kaalheiddiagnose” te stellen want geen enkele vogel reageert hetzelfde. Stress is ook een van de mogelijkheden. Een echte behandeling bestaat er bij mijn weten niet, de kaalheid verdwijnt bij de eerstvolgende rui.

Soms kan kaalheid ook het gevolg zijn van een schimmelinfectie. Dat kan je gemakkelijk oplossen door enkele dagen in te smeren met 'daktarin'

Kanariepokken

Kanariepokken is een zeer besmettelijk en taai virus dat vaak voorkomt bij niet geënte kanarievogels. Bij andere vinkachtigen komt het gelukkig maar zelden voor. Denk maar niet dat bijvoorbeeld goudvinken, groenvinken en mussen geen pokken kunnen krijgen. Vooral haakbekken zijn er zeer gevoelig voor. Al is het een variant van het kanariepokkenvirus, het is net zo dodelijk!

Iedereen doet met zijn kanaries wat hij wil, enten of niet. Wie éénmaal het pokkenvirus onder zijn kanaries heeft gehad zal zijn les wel geleerd hebben. Het tijdstip dat kanaries kunnen besmet raken met het pokkenvirus is niet per definitie juli – augustus en september, al zijn dit wel de meest cruciale maanden omdat er dan uiteraard het meeste muggen zijn.

In principe kan je in verwarmde hokken het hele jaar door sporadisch muggen aantreffen. Eén besmette mug is voldoende om het dodelijk virus over te brengen op niet geënte kanaries. Het kanariepokkenvirus wordt voornamelijk verspreid door stekende muggen. Het kan ook via, eten, drinken, pluimen en bloed. De schilfers van de verdroogde pokken van geïnfecteerde kanaries vormen de grootste bedreiging. Deze kunnen zelfs overgedragen worden via kleren en schoeisel van de liefhebbers. En uiteraard door bijgehaalde besmette vogels, met andere woorden het is zeer besmettelijk. Bij niet geënte kanaries kan zich opeens massale sterfte voordoen.

De symptomen zijn: pokken die zich manifesteren rond de cloaca -, snavel -, ogen -, en op de poten. Soms verdrogen de pokken en vallen na enkele dagen af, zonder dat de vogel in kwestie er nog verder last van heeft. Vaak kwetst de vogel zich aan deze pokken waardoor deze een ernstige bloeding krijgt, niet zelden met de dood tot gevolg. Het besmette bloed vormt uiteraard een groot gevaar voor de andere volière vogels.

In de volksmond worden kanariepokken ook wel “hapziekte” of “snapziekte” genoemd omdat het ziekteverloop gepaard gaat met ernstige ademhalingsmoeilijkheden. De vogels stikken doordat de longen fel ontstoken zijn door het pokkenvirus. Zie je de vogels naar adem happen of zie je pokkenletsels dan moet er niet getwijfeld worden. Vooral als je weet dat er geen geneesmiddel bestaat en de sterfte kan oplopen van 90 tot 100%

Het kanariepokkenvaccin kan alleen pokken voorkomen, niet genezen! Het enige wat men kan doen is onmiddellijk alle zieke vogels verwijderen en in een ander lokaal onderbrengen. Alle andere vogels nog dezelfde dag inenten. Verwacht geen wonderen want na het inenten duurt het nog veertien dagen vooraleer de geënte vogels immuun zijn tegen het pokkenvirus. Het meest aan te raden tijdstip om te enten is half juni. Jonge kanaries best enten op de leeftijd van één maand. Men moet de vogels gelijktijdig enten, dus dezelfde dag. Geënte vogels mogen niet samen gehouden worden met niet geënte. De eerst genoemden kunnen het pokkenvirus overdragen zonder dat ze er zelf ziek van zijn. Kanaries worden geënt met een verzwakt pokkenvirus waardoor de vogels immuun worden tegen het dodelijk pokkenvirus.

Het enten zelf gebeurt met een dubbele entnaald speciaal gemaakt voor dit werkje. Het zijn naalden met een entoog waardoor de vogel de juiste hoeveelheid vaccin toegediend krijgt. Bij gebrek aan een dergelijke naald kan men een naaimachinenaald gebruiken. Met het enten kan men het pokkenvirus overbrengen. Het is dus nodig om na elke enting de naald te ontsmetten met een steriele doek of wat het ontsmettingmiddel. Wanneer er ontsmettingmiddel in de entstof terecht komt kan deze haar werking verliezen. Sommige liefhebbers houden de naald boven een brandende kaars. Je moet dan wel met meerdere naalden werken en er in elk geval voor zorgen dat je geen gloeiende naald in het vaccin steekt want ook dat dood het vaccin. De vogels mogen de eerste acht dagen na het enten geen badwater krijgen om infecties te voorkomen op de entwondjes.

Zes dagen na het enten kan men controleren of het inenten wel goed verlopen is. Zoja, dan zal zich op de plaats waar de enting gebeurd is een klein knobbeltje gevormd hebben.

Vanaf de veertiende dag na het enten zijn de vogels immuun tegen het pokkenvirus. Verschillende jaren geleden ben ik door het pokkenvirus eens mijn kanaries kwijt gepeeld, toch waren ze ingeënt! Wat was er misgelopen?

Per honderd kanaries kregen we van onze club een dosis entstof waarmee je gemakkelijk honderd vogels kon enten. Ik had tachtig kanaries en een clubmakker had er achttien, dus samen één dosis. Op een afgesproken dag begon mijn clubmakker met het enten van zijn vogels. Om dertien uur was hij klaar en mocht ik de resterende entstof ophalen. Ik zat die dag in een vergadering die fel uitliep. Hierdoor was ik maar om achttien uur kunnen starten met het enten van mijn vogels. Van deze tachtig vogels overleefden slechts acht overjarige kanaries. Ik wist toen nog niet dat wanneer het vaccin gemengd is het binnen de twee uur opgebruikt moet zijn! In mijn geval was er zeven uur tussen het mengen van het vaccin en het enten van mijn kanaries. Bovendien was het zeer warm die dag. Ent ook bij voorkeur in de voormiddag en vermijd enten bij extreme warmte.

Dezelfde entstof mag niet gebruikt worden om bij verschillende liefhebbers aan huis te gaan. Dit is goed bedoeld maar heel onverstandig! Het is ook onverantwoord. Er moet maar één liefhebber besmette vogels hebben waardoor de vogels van andere liefhebbers ook besmet kunnen worden! Ook zijn er clubs die al hun leden uitnodigen om bijvoorbeeld, in hun clublokaal de vogels in te enten. Dat komt er op neer dat iedereen zijn ongeënte vogels samen brengt. Stel dat er één komt met besmette vogels, dan zijn de gevolgen niet te overzien. Het enten moet dus gebeuren volgens de regels van de kunst of je loopt met je vogels onnodig risico.

Er zijn nog altijd liefhebbers die niet inenten waardoor hun vogels nodeloos risico lopen. Tracht muggen uit je hok te houden en laat ook geen andere vogelliefhebbers toe in je hok zolang je vogels niet immuun zijn tegen het pokkenvirus.

Gebruik geen entstof waarvan de data vervallen is! Zorg er ook voor dat in je tuin geen met water gevulde kuipen of tonnen zonder deksel staan. Muggen leggen hun eitjes in stilstaand water, waardoor in je tuin een echte muggenkwekerij ontstaat. Inentingen gebeuren al jaren in clubverband. Neem contact met Jan Konings als je geinteresseerd bent.

Legnood

Er zijn maar weinig vogelliefhebbers die kunnen zeggen, dat ze nog nooit te maken hebben gehad met legnood bij hun gevleugelde vrienden. De vogels van ervaren vogelliefhebbers hebben minder te maken met legnood.

Legnood is geen ziekte en in de natuur zijn er geen gevallen van legnood bekent. Het is dus een probleem dat zich stelt in onze hobby.

Wat zijn de bijzonderste oorzaken van legnood:

1° De vogels hebben geen grit, gemalen oesterschelpen en mineralen ter beschikking.

2° De pop is te jong

3° Te koud of te grote temperatuur verschillen

4° Pop is verzwakt

5° Stress

6° De man jaagt teveel achter de pop

7° Erfelijke eigenschap

8° Voeding niet optimaal We gaan eens bekijken hoe we legnood kunnen voorkomen.

Bekijken we de verschillende oorzaken:

1° Het is heel belangrijk dat vogels het hele jaar door kunnen beschikken over grit, sepia gemalen oesterschelpen en mineralen. Het skelet is opgebouwd uit deze stoffen ze zijn dus onmisbaar. Een pop die eieren gaat leggen moet diep in haar reserves gaan om stevige eischalen te produceren. Heeft de pop gebrek aan deze voor haar essentiële bouwstoffen dan legt ze eieren waarvan de eischaal te dun is of in extreme gevallen zelfs zonder eischaal in vogelterminologie een windei. Dergelijke eieren vormen een gevaar voor de pop en gaan altijd gepaard met legnood.

2° Een kanariepop van minder dan 10 maand zet je niet in voor de kweek dat is gewoon om moeilijkheden vragen.

3° Kanaries worden vaak te vroeg samen gezet voor de kweek. Als de vogels onverwarmd zitten kan het in het voorjaar overdag vrij warm worden en ‘s nachts vriezen. Als je dan ook weet dat kanaries hun eitjes leggen tussen 7 en 8 u moet je ook weten dat dit het koudste ogenblijk van de dag is. De pop loopt dan uiteraard meer risico op legnood. Als je kanaries onverwarmd zitten is eind maart nog vroeg genoeg om de vogels samen te zetten.

4° Een pop kan verzwakt zijn door ziekte. Het komt er dan op aan de vogel lang genoeg op krachten te laten komen.

5° Stress: vele toestanden leiden naar stress; de vogels verplaatsen naar een andere omgeving – veranderen van voeding – te driftige of agressieve man – teveel lawaai – ongedierte enz. Pas bijgehaalde vogels zet je niet onmiddellijk in voor de kweek. Overschakelen van voeding doe je best geleidelijk en best niet juist voor of tijdens het broedseizoen. Dat het in een goed kweekhok rustig moet zijn zal niemand verwonderen. Dat je tijdens de kweek geen vreemden in je hok laat zou iedereen moeten weten. Dat een kweekhok vrij moet zijn van luizen – mijten – muggen – muizen enz weet iedereen.

6° Een te driftige of te agressieve man zet men best niet in voor de kweek. Als deze de pop teveel najaagt als ze haar eitje moet leggen kan ze hierdoor uitgeput raken waardoor legnood kan ontstaan.

7° Wanneer je regelmatig met legnood te maken hebt kan het ook een slechte erfelijke eigenschap zijn van de stam. Het is dan beslist nodig dergelijke vogels niet meer in te zetten voor de kweek.

8° Dat legnood ook te maken kan hebben met de voeding zal niemand verwonderen. Een goede zaadmengeling, regelmatig eivoer tijdens de voorbereiding van de kweek aangevuld met groenvoer – kiemzaad – stukje appel - vogelmuur in zaad is noodzakelijk. Stel nu dat je toch te maken hebt met een pop die legnood heeft. Dan zet je de pop op een rustig en warmplaatsje of ziekenkooi +- 30 graden. Bijna in alle gevallen zal de pop haar eitje leggen. Bij een acuut geval kan men een druppeltje tafelolie in de cloaca druppelen. Wat je niet mag doen is zelf proberen het eitje af te drijven want dat loopt bijna altijd fataal af voor de vogel in kwestie. Het eitje kan breken of de eileider wordt mee uitgestuwd wat een zekere dood betekent voor de pop. Het is niet per definitie dat een pop die legnood heeft bij het leggen van haar eerste eitje, ook bij de volgende eieren legnood zal hebben. Het blijft toch wel geraadzaam dit op te volgen. Er zijn uiteraard nog oorzaken die naar legnood kunnen leiden zoals een abnormaal groot ei, kwetsuur, tumor of ontsteking in de eileider, de pop kan ook te vet zijn. Legnood kan zoals je gelezen hebt meerdere oorzaken hebben.

Luchtpijpmijten

Deze mijten komen veel meer voor dan men denkt. Als men de vogels hoort ademen met piepende of krassende geluiden, is er veel kans dat de vogels last hebben van luchtpijpmijten.

Het zou natuurlijk ook kunnen dat de vogels in de tocht gezeten hebben en dat ze verkouden zijn. Dan zitten ze eigelijk meer te snotteren.

Gaapziekte geeft nagenoeg hetzelfde ziektebeeld, al zijn er dan meestal ook wel pokken in het spel.

Vroeger gebruikte men insectendodende strippen tegen luchtpijpmijten. Dit is echter totaal oncontroleerbaar en niet zonder gevaar voor de vogels.

“Yvomec” geeft uitstekende resultaten. Eén druppeltje op de naakte huid in de nek van de vogel en hij is binnen de 24 uur verlost van zijn plaaggeesten.

Schimmelinfecties

Vochtige, warme en vuile hokken werken schimmels in de hand. Ze zijn schadelijk voor de vogels maar ook voor de liefhebber in kwestie. Schimmels tasten het voeder aan waardoor het zijn voedingswaarde verliest. Ze kunnen ook vergiftigingen en infecties veroorzaken. Schimmels vermenigvuldigen zich door sporen die zich verspreiden door de lucht. Ze zijn een bron van allergieën bij mens en dier. Stel hoge eisen aan de kwaliteit van het vogelvoeder dat je koopt. Vergelijk de kwaliteit en niet de prijs. Bewaar het op een droge, propere en goed verluchte plaats. Koop ook geen te grote hoeveelheden aan.

Schurftmijten

Men spreekt vaak over kalkpoten en weinig over schurftmijten. Het is nochtans hetzelfde.

Bij kanaries en vinkachtigen komt schurftmijt soms voor op de poten. Bij parkieten en zebravinken komt regelmatig snavelschurft voor. Het begint aan de snavelinplanting waar zich wratachtige gezwellen vormen. Deze afkrabben en met zalfjes instrijken geven slechte resultaten.

Met een druppeltje in de nek van het product “ivomec", is de vogel binnen de kortste keer van zijn mijten verlost. Het zal nog weken duren eer de snavel terug gaaf is. De hoornlaag van de snavel groeit traag maar zeker.

Ter ondersteuning kan je extra kalk en sepia geven. Dit om het groeiproces te bespoedigen. Door de snavel ondertussen eens in te wrijven met een uiercrème, of “Cetaflex” zal deze er al vlug veel beter uitzien.

Vedermijt

Deze parasiet voedt zich met de veren en de schilfers hiervan. Het spreekt vanzelf dat de bevedering van zijn gastheer hier aanzienlijk onder te lijden heeft.

Men treft vederluis vooral aan tegen de schachten van slag-, en staartpennen. Men kan ze met het blote oog waarnemen. Het is een plaag onder de kanarievogels, maar ook andere vogels kunnen er last van hebben.

Het heeft niets te maken met een slechte hygiëne, want het komt vooral voor in droge hokken. Vaak ook in combinatie met houtkrullen of houtbrokjes als bodembedekking. Ook hier is het middel "ivomec" de oplossing bij uitstek. Eén druppeltje in de nek op de naakte huid en weg is de vedermijt.

Slagpennen en staart kunnen behandeld worden met 'ardap' spray.

Verenpikken

Eén van de droevigste plagen die u als vogelliefhebber kan overkomen is het onderling verenpikken bij uw vogels. Dit gebeurt soms tot bloedens toe en in het extreme leidt het zelfs tot kannibalisme.

De reden van dit gedrag is van uiteenlopende aard. Het gebeurt dat zebravinken en kanaries hun jongen kaal plukken gewoon om de pluimen te gebruiken bij de bouw van een nieuw nest.

Bij parkieten die hun jongen kaal plukken moet de reden gezocht worden in een vitaminegebrek. Bij een zichzelf plukkende, solitair gehouden papegaai ligt de oorzaak in stress, verveling of slechte voeding. De reden dat hoenderachtige elkaar plukken is dan weer overbevolking.

Kortom, er zijn redenen genoeg. De veronderstelling bestaat dat bvb. bij hoenderachtige het probleem reeds aanwezig is van in de kunstmoeder. Op een te kleine oppervlakte worden dan al teveel vogels gehouden waardoor ongetwijfeld problemen ontstaan. Ook gebeurt het bij veel liefhebbers, dat alle jonge vogels samen in één volière geplaatst worden. Een ervaren liefhebber weet precies hoeveel jongen in een bepaalde ruimte gehouden kunnen worden zonder dat het verschijnsel verenpikken zich écht voordoet. Meestal blijft het bij een 'dreigen' wanneer een vogel te dicht bij een andere komt. Wordt de fout gemaakt om nog meer vogels in de ruimte te laten dan blijft het niet bij dreigen maar gebeurt het verenpikken daadwerkelijk. Meestal zijn de zwakste jongen de eerste slachtoffers.

Zelf kweek ik reeds vele jaren groene kanaries. De jongen worden eenmaal ze zelfstandig zijn met maximum 6 in kooien van 80 x 40 x 40 cm geplaatst. Zelden of nooit heb ik een mogelijk probleem vastgesteld. Plaatste ik 7 kanaries in de kooi dan begon de 'dreighouding'. Bij 8 vogels werden vechtpartijen waargenomen en bij 10 kanaries volgde onvermijdelijk verenpikken. Dit voorbeeld toont duidelijk aan dat hier overbevolking de oorzaak is.

Een algemene regel is dit echter niet. Want de ene stam kanaries plukt vlugger dan de andere en het is ook een bewezen feit dat lichtere kleuren het vaker doen dan vogels uit de zwartserie. Een andere ervaring had ik bij zebravinken. Ik kweekte destijds deze vogels in kweekkooien van 40 x 40 x 40 cm. De ouders plukten de jongen zodanig dat het triestig was om er naar te kijken. Ook gebeurde het dat de man de pop plukte. In een nauwelijks grotere kooi van 50 x 40 x 40 cm was het plukken minder, maar toch nog aanwezig. Later, na de bouw van ruimere kweekkooien (60 x 40 x 40 cm) was het verenpikken zo goed als opgelost.

Nu ben ik bij mijn zebravinken zo ver dat plukkers er gewoon uitgeselecteerd worden. Misschien denkt u dat verenpikken bij kanariekweek niet écht zo'n probleem is, daar de jonge kanaries toch moeten uitruien. Dit is echter niet helemaal juist! Het eerste jaar ruien de meeste vogels geen staart -, en vleugelpennen. U hebt er alle belang bij om te voorkomen dat jongen geplukt worden. Bij verlies van één of meerdere staartpennen kunt u het al vergeten. Een nieuwe staartpen wordt ongeveer 0,5 cm langer en dan krijg je later op de keurfiche de opmerking “ongelijke staart”. Een oplossing die het probleem verenplukken voor 100% uitsluit, heb ik ook niet in petto.

Toch ben ik ervan overtuigt dat indien u met volgende regels rekening houdt er in ieder geval minder pluimen sneuvelen: * maak de kweekkooien groot genoeg. Voor kanaries dringt een ruimte van 60cm x 40 x 40 cm zich op. * jonge vogels kunnen in 'babykooien' geplaatst worden; de ouders kunnen de jongen nog voeden maar niet meer plukken; * zorg voor een uitstekende voeding en verzorging; * stel overvloedig nestmateriaal ter beschikking; * selecteer onverbeterlijke plukkers eruit; * nooit teveel vogels samen in één kooi of in één volière; * voorkom luizen en mijten.

Verkoudheid

Vogels die blootgesteld worden aan grote temperatuurschommelingen of aan tocht kunnen ademhalingproblemen krijgen.

De ademhaling maakt een krassend of piepend geluid en in extreme gevallen hapt hij naar adem. De vogel onmiddellijk van de andere verwijderen en hem afzonderlijk zetten bij voorkeur in een ziekenkooi op +- 30 graden. Is de vogel ingeënt tegen hapziekte en is hij vrij van luchtpijpmijten, dan kan men er bijna zeker van zijn dat hij verkouden is.

Je hebt al een reële kans dat de warmte hem geneest maar je hebt vogels die blijven snotteren. Goed resultaat heb ik al enkele keren gehad met het geneesmiddel “Tylan” ½ gr per liter water en dit vijf dagen na elkaar, vervolgens 5 dagen vitaminen Vitavol - Plus 1 gr per liter water en eveneens vijf dagen na elkaar.

Indien de vogel niet genezen is de kuur herhalen. Voorkomen is ook hier beter dan genezen. Vermijd grote temperatuurschommelingen. Tocht is en blijft een grote vijand voor mens en dier. Als je uw vogels naar tentoonstellingen vervoerd gebruik dan hoezen over de tentoonstellingkooien. Voor je vogels is dit geen overbodige luxe.

Voorzorgen

Wanneer een vogel er ziek uitziet, is het verstandig deze onmiddellijk afzonderlijk in een ziekenkooi te plaatsen. Bij een temperatuur van +- 30 graden heb je al kans dat de vogel uit zichzelf beter wordt. Ervaren vogelliefhebbers stellen meestal een juiste “waarschijnlijkheidsdiagnose” en geven dan ook meestal de passende behandeling. Bij twijfel kan je best naar een gespecialiseerde veearts gaan.

Het is natuurlijk altijd beter te voorkomen dan genezen. Vogels in droge, propere, goed verlichte en verluchte hokken gekoppeld aan een goede gevarieerde kwaliteitsvoeding, met toevoeging van sepia, grit en scherpe maagkiezel, zijn al van vele ziekten verlost. Neem na het baden de teil met badwater onmiddellijk weg. Tracht alleszins de bodem van de volière proper te houden. Geef knaagdieren zoals muizen en ratten geen kans. Hun urine en uitwerpselen kunnen ernstige ziekten veroorzaken onder uw vogels. Muggen, vliegen, luizen en mijten horen eveneens niet thuis in je vogelhok. Onderschat deze bron van besmetting niet.

Ook te ver doorgedreven inteelt zorgt voor zwakke vogels die weinig weerstand hebben tegen ziekten. In overbevolkte volières is de kans op infecties zeer hoog. Observeer uw vogels zo vaak mogelijk, het geeft je de kans vlug in te grijpen als er iets mis is. Prop uw vogels niet vol met allerlei geneesmiddelen en vitaminen. Gezonde vogels geef je een gezonde voeding, met zieke vogels ga je naar een dierenarts die gespecialiseerd is in vogels. We moeten er ons bij neerleggen dat ook een dierenarts in vele gevallen geen sluitende diagnose kan stellen.

Sommige’ liefhebbers hebben thuis een halve apotheek staan. De kunst is echter vogels op een natuurlijke manier gezond te houden! Vogels die met medicatie in leven gehouden worden, en toch doorverkocht worden, zijn ten dode opgeschreven. Op termijn is dit een slechte zaak voor onze hobby. Geef altijd medicatie of vitaminen in zuivere drinkpotjes of drinkflesjes. Dit is van groot belang.

Gebruik je “Javel” = verdunde chloor, let er dan op extra na te spoelen. Droog alles goed af want chloorresten beïnvloeden negatief de goede werking van de te geven medicatie. Weet dat zonlicht en warmte de vitaminen in het water vlug afbreken en de efficiëntie van medicamenten afremmen.

Geef tijdens het kuren tweemaal per dag drinkwater. Laat uiteraard geen water met medicatie of vitaminen meerdere dagen in kooi of volière staan. Zieke vogels hoor je bijna niet, terwijl gezonde vogels een ganse dag zitten te kwetteren. Gezonde vogels hoor je niet ademen. Een vogel die snottert of je hoort de ademhaling piepen daar is duidelijk iets mis mee!

Zoek altijd een reden als vogels met opgezette veren te stil zitten. Het is een natuurlijke bescherming want zo verspeeld hij weinig energie en zijn pluimen zet hij open om de warmte beter vast te houden. Het stilletjes blijven zitten doen ze instinctmatig, in de natuur is een zieke vogel voortdurend in levensgevaar voor predatoren. Hoe minder hij beweegt hoe hoger zijn kansen, al is een zieke vogel in de natuur in de meeste gevallen toch ten dode op geschreven.

Vogels zijn lichtgewichten, daardoor hebben ze een zeer snelle stofwisseling om hun lichaamstemperatuur van 41 à 42 graden op peil te houden. Vooral bij het vliegen hebben ze erg veel energie nodig. Vogels eten 1/5 van hun gewicht per dag. Dit gewicht bestaat uit 60% vocht. Hierdoor is het zeer moeilijk een zieke vogel de juiste dosering medicatie te geven. Meestal loopt het voor een zieke vogel fataal af.

Wormen

Vogels die geplaagd worden door wormen tonen vaak een lusteloos gedrag. Ze hebben een bevuilde cloaca, tonen een rode buik en ze worden mager. Tijdens het kweekseizoen of op de tentoonstellingen brengen ze er weinig of niets van terecht. Ten onrechte denkt de liefhebber dat het hier om coccidiose gaat. Door de verkeerde diagnose wordt er ook volledig verkeerd gekuurd. Pas na het gebruik van nog eens niets ter zake doende geneesmiddelen wordt een dierenarts geraadpleegd.

Bij zieke vogels doet u er steeds goed aan om de uitwerpselen op te vangen door bvb. plastiekfolie onder de zitstokken te leggen. De fecaliën kunt u dan in een potje doen en ze ter controle aan de dierenarts overhandigen. Uiteraard kunt u ook met de zieke vogel zelf op consultatie trekken. Vaak kan dan reeds een juiste diagnose gesteld worden.

Goed om weten is dat spoel -, en lintwormen zelfs met het blote oog vast te stellen zijn. Gebeurt dit dan moet u altijd de hulp van de dierenarts inroepen .

Indien het ontwormingsmiddel via het drinkwater toegediend wordt hou er dan rekening mee dat er soorten zijn, vb. de zebravink, die slechts weinig drinken. Gelukkig heeft de zebravink heel zelden last van wormen. Parkieten daarentegen moeten zowat elk jaar ontwormd worden. Omdat ook parkieten geen grote drinkers zijn wordt het ontwormingsmiddel meestal met behulp van een druppelteller of kropnaald rechtstreeks in de krop aangebracht. Bij de europese vogels zijn het vooral de haakbek,spreeuw, pestvogel, kraaiachtigen, Vlaamse gaai en de lijsterssoorten die gevoelig zijn voor worminfecties.

In principe kunnen alle vogels besmet raken. Verder is het gekend dat ook duif- en hoenderachtigen vaak met wormen worden geassocieerd. Preventief handelen kan uiteraard ook het onheil voorkomen. Zo kunt u een kader van 10 cm boven de kooibodem plaatsen die met volièredraad beslagen is. Hieronder plaatst u krantenpapier dat regelmatig vervangen wordt. Ook is het van groot belang dat besmetting van buitenuit vermeden wordt.  Het voorkomt besmetting via wilde duiven, merels en/of spreeuwen.

Een volledig uit beton gemaakte bodem vermijdt vocht waarin de wormen en hun eieren kunnen overleven. Pas aangekochte vogels worden best in quarantaine geplaatst. De vijf meest voorkomende soorten wormen bij volièrevogels zijn: - grote spoelworm (Ascaridia gallinarum) - haarworm (Capillaria obsignata) - kleine spoelworm (Heteraks gallinarum) - lintworm (Raillietna cesticillus) - gaapworm ( Synganumus trachea) Deze vijf verschillende wormen hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze de vogels beslist in problemen brengen. De gaapworm leidt tot verstikking van de besmette vogel terwijl de vier andere soorten de darmflora ernstig beschadigen.

Het gevaar op een darminfectie is dan ook zeer groot, of ook de kans dat de darmen verstopt raken is reëel. In beide gevallen betekent het de dood van de vogel. Ook is een besmette vogel een constant gevaar voor de medebewoners daar er zich in de uitwerpselen eieren en wormen bevinden.

Het is bewezen dat in een vochtige, zuurstofrijke en warme omgeving zowel de eieren als de wormen een poosje kunnen overleven. De wormen zonder gastheer zorgen voor een onmiddellijke besmetting als een gezonde vogel ze eet. De lint -, en de gaapworm bereiken de vogel slechts via een gastheer. Dit gebeurt nadat een slak, een regenworm of insect, eieren heeft gegeten van genoemde wormen. Wee de vogel die dergelijke gastheer lust.

Zwarte stip

Het is niet

makkelijk om te schrijven hoe je zwarte stip kan vermijden of eventueel genezen als men niet juist weet wat het is. Dhr. Ad Van Eck schrijft in “Onze Vogels” 2000 op blz 463 dat het om “galstuwing” gaat? Dat zou best kunnen, ook mensen die bepaalde voedingsstoffen niet kunnen verteren raken soms in de problemen met hun gal. Een ding is zeker jongen met zwarte stip zijn reeds besmet van in het ei. Vele embryo’s sterven af juist voor het kippen en ook bij de pas gekipte jongen ziet men een zwarte stip ter hoogte van de lever juist op de scheiding van de buikholte.

Dergelijke jongen stinken, je moet geen specialist zijn om te zien dat dergelijke jongen geen lang leven beschoren zijn. Soms blijven er toch jongen leven maar enkele uren na het kippen zie je de vlek reeds lichter worden, geleidelijk verdwijnt ze volledig en dergelijke jongen blijken er dan ook geen last meer van te hebben. Men is er zo goed als zeker van dat de voeding aan de oorzaak van zwarte stip ligt.

Liefhebbers die eivoeder uit de handel geven, zonder dat ze er nog iets aan toevoegen, hebben zelden of nooit last van zwarte stip. Ook wanneer men een kanariemengeling van een goed merk puur aan de vogels geeft, ziet men bij deze vogels zelden of nooit zwarte stip. Neem een eivoeder uit de handel waarvan twintig goede kanariekwekers beweren dat dit het beste eivoeder is en vraag hen naar de manier waarop ze dit eivoeder aan hun vogels geven. Ik kan u verzekeren, geen twee geven dit op dezelfde manier, De één geeft er dit bij, de andere nog iets anders.m Toch probeert men alleen maar “goed” te doen voor de vogels.

Weet dat goede eivoeders op wetenschappelijke basis zijn samengesteld. Elke voedingsdeskundige die er bij betrokken is zal beamen dat door er andere dingen onder te mengen het eivoer uit balans is. In een goed eivoer zit alles in de juiste verhouding. Een klein beetje cous-cous, rusk of fijngemalen biscuit kan geen kwaad maar teveel van dit haalt het gehalte ruweiwit naar beneden. Een eitje gemengd onder het eivoer is niet slecht. Teveel eieren aan toevoegen maakt het eivoer slecht verteerbaar.

De vogelliefhebberij is ook niet vies van medicatie – vitaminen en voedingssupplementen, overvloedig gebruik van deze middelen is een slechte zaak voor de vogels in kwestie en op termijn een gevaar voor onze hobby. We zouden meer moeten kijken naar de vogels in de natuur, die hebben het alles behalve gemakkelijk tijdens de winter en in het voorjaar groeien ze toch bijzonder snel naar een goede conditie.

Om met succes jongen groot te brengen in de natuur moeten de vogels in topconditie zijn. Extra vitaminen geven aan gezonde vogels heeft weinig zin, of ze worden onmiddellijk uitgescheiden. In het slechtste geval worden ze opgeslagen waardoor de vogel te vet of te agressief wordt. Extra medicatie aan een gezonde vogel heeft helemaal geen zin je kan een vogel niet genezen als hij niet ziek is. Het enige wat je er mee bereikt is dat de vogel immuun wordt aan het geneesmiddel.

Om het simpel uit te drukken, worden je vogels toch ziek dan heeft het geneesmiddel geen vat meer op de ziekte. Met medicatie op basis van antibiotica moet men zeer voorzichtig omspringen en alleen gebruiken onder toezicht van een gespecialiseerde veearts. Teveel eivoer tijdens de voorbereiding van de kweek: Eivoer geef je niet teveel, dat is trouwens nergens goed voor. Het is er ook te duur voor en van teveel eivoer worden je vogels ongetwijfeld te vet. Dus opletten met eivoer tijdens de winter. Eivoer geven in die periode is nochtans belangrijk, want de vogels moeten het goed opnemen zodat ze het later goed voederen aan hun jongen. Doch niet meer dan tweemaal per week en niet meer dan dat ze in één uur opeten. Dus gerantsoeneerd!

Ook met zaden als nigerzaad – perilla – gepelde haver – zonnepitten en hennep moet je niet te kwistig omspringen. Het zijn zowat de zaden die ze het liefst eten maar een teveel ervan kan hun voeding uit evenwicht brengen. Waardoor ze te vet worden. Ook teveel gekiemde zaden gegeven voor de kweek, geeft eenzelfde effect. Op tijd een stukje appel of een blaadje kool (uiteraard vrij van sproeistoffen) is een zegen tijdens de winter. Ook hier niet meer dan dat ze in één uur opeten. Samengevat zouden we kunnen zeggen dat we onze vogels in de winter goed moeten verzorgen. Proper en droog gehuisvest, met veel gezonde en verse lucht. Qua voeding mag het wat soberder. Dit is meestal beter!

Zelf heb ik gelukkig nog geen zwarte stip gehad bij mijn vogels. Als ik hoor wat sommige liefhebbers allemaal aan hun vogels geven kan het bijna niet anders of er moeten problemen van komen. Hoe ik mijn kanaries kweek heb ik reeds eerder beschreven; mijn kanaries zijn gehuisvest in een houten tuinhok met een dak van plasticplaten. Er is gezorgd voor een goede verluchting en het is ook wel een droog hok. Er is geen elektriciteit dus ook geen bijverlichting, met andere woorden het is in dat hokje van 3 op 4 meter bijna puur natuur. Wordt het in de zomer te warm dan moet ik de platen witkalken, in de winter daarentegen kan het behoorlijk koud worden maar dat zorgt dan min of meer voor een natuurlijke selectie.

Als voeding krijgen ze een goede zaadmengeling Beyers – Aveve of Laroy Duvo. De vogels hebben altijd grit en scherpe maagkiezel ter beschikking. Tweemaal per week geef ik eivoer, niet meer dan dat ze in één uur opeten. Regelmatig wat groenvoer of een stukje appel, ook niet meer dan dat ze in één uur opeten. Twee dagen per week geef ik appelazijn in het drinkwater de maandag en dinsdag en in de maand oktober geef ik een kuur met ESB 3 – 30 % a rato van 1 gr per liter drinkwater en dit 5 dagen na elkaar. Oktober en november zijn gewoonlijk zeer vochtige maanden en een dergelijke kuur voorkomt in die periode darmstoornissen.

Het belangrijkste is en blijft voorkomen van zwarte stip. Heb je er toch mee te maken, dan heb je een probleem want veel is er niet over gekend. Er zijn liefhebbers die goed resultaat hadden met Tylan ½ gram per liter water 5 dagen na elkaar. Ook zijn er liefhebbers die een dergelijke kuur met Tylan geven één maand voor men de kweek aanvangt. Ook met “Paracilline” is er goed resultaat te bekomen, het is verkrijgbaar in verpakking van 250 gr. Kuren één maand voor de kweek 1 koffie lepel oplossen in 1 liter water en vijf dagen na elkaar geven. Indien men zwarte stip vaststelt tijdens de kweek onmiddellijk kuren. Het resultaat is verbluffend.

© Copyright De Koperwiek / Webmaster Herman Beyers - Alle rechten voorbehouden