Wetenschappelijke naam:
Turdus iliacus Linnaeus, 1766
Classificatie:
Rijk Animalia
Fylum Chordata
Klasse Aves
Orde Passeriformes
Familie Turdidae
Geslacht Turdus
Soort Turdus iliacus
Nederlandse naam:
Koperwiek
Wetenschappelijke synoniemen en populaire namen:
Redwing [Engels]
Rotdrossel [Duits]
Grive mauvis [Frans]
Zorzal alirrojo [Spaans]
Tordo sassello [Italiaans]
Vogelgroep:
Lijsters
Veldkenmerken
De Koperwiek is een kleine lijster, met 21 cm kleiner en slanker dan de zanglijster. Aardbruine bovendelen, duidelijke crèmekleurige wenkbrauwstreep, borst goudkleurig met zwarte stippen, buik wit. Flanken en ondervleugeldekveren oranjerood. Met opvallende roestbruin/oranje flanken en oksels. De soort is vaak te horen tijdens de trek in oktober/november, als ze 's nachts in grote groepen over ons land trekken. Lijkt in vlucht wat op Spreeuw door vrij lange vleugels en relatief korte staart. In zomer in paren of kleine groepjes, maar op trek en in winter soms in grote groepen, vaak samen met Zanglijster en. Meestal schuw, maar tijdens strenge vorst minder schuw.
In Noord-Europa is de Koperwiek een talrijke broedvogel van naald- en berkenbossen. In de winter trekken ze, meestal 's nachts, naar het zuidwesten. Veel Koperwieken blijven in Nederland overwinteren. Wanneer de winter te koud wordt, verlaten ze ons land weer en trekken verder naar het zuiden, of verplaatsen ze zich naar de stad, waar het warmer is.
Koperwieken zie je vaak ook in gezelschap van andere lijsters, vaak Kramsvogels. Koperwieken zijn wat kleiner dan Kramsvogels en hebben een witte oogstreep en 'kopergekleurde' ondervleugels. Kramsvogels zijn flink uit de kluiten gewassen en hebben een grijze kop en grijze stuit. Het geluid van beide is ook anders. Koperwieken maken een hoog langgerekt , kramsvogels maken een 'tsjak-tsjak-tsjak'-geluid
Geluid.
Roep zacht en karakteristiek ’tsieie’, ook ’s nachts tijdens de trek of bij opjagen. Zang monotoon ’turie turie turie’.
Klik hier om het geluid te horen
Voorkomen.
Algemeen en talrijk. Verspreid zich in de winter over gehele gebied, zelfs tot in Noord-Afrika.
Habitat.
Broedt in loof- en naaldbossen, parken, groene voorsteden en zelfs ten noorden van de boomgrens in struiken. In de winter in bossen, maar ook veel in meer open gebieden en weilanden.
Voedsel.
Ongewervelden, zaden en vruchten. Fourageert zowel in bomen als op de grond. In de winter vaak in weilanden.
Trek.

Waarnemingen in Nederland:

De gegevens in België zijn niet in kaart gebracht, maar ook daar is sprake van duizenden waarnemingen. Liefhebbers die de vogelvangst nog hebben meegemaakt zullen dat kunnen beamen. |